Poëzie en andere mooie teksten


#1

Ik ben de laatste tijd steeds meer into poëzie en vroeg me af of er hier misschien ook animo voor is :smile: Ik ben echt nog maar een beginner dus heb er eigenlijk geen verstand van, maar het leek me leuk om hier misschien wat nieuwe dingen te ontdekken en te kunnen delen!

Dus plaats hier jouw favoriete songtekst/gedicht/rap/quote of andere mooie teksten (taal maakt niet uit)!


#2

Ik vind het gedicht ‘Der Panther’ van Rainer Maria Rilke erg mooi. Hij beschrijft een roofdier in gevangenschap en dat doet hij zo goed. Ik vind het ook interessant om verschillende vertalingen ervan te vergelijken.

Één Nederlandse vertaling maakt van de eerste regel bijv. ‘zijn blik is van het lopen langs de tralies’ en dat vind ik dan minder goed, omdat je juist het idee wil krijgen dat de tralies aan de panter voorbijgaan – hij heeft niet door dat hij loopt, ziet alleen die tralies eindeloos voorbijkomen.

Duits:
Im Jardin des Plantes, Paris

Sein Blick ist vom Vorübergehn der Stäbe
so müd geworden, dass er nichts mehr hält.
Ihm ist, als ob es tausend Stäbe gäbe
und hinter tausend Stäben keine Welt.

Der weiche Gang geschmeidig starker Schritte,
der sich im allerkleinsten Kreise dreht,
ist wie ein Tanz von Kraft um eine Mitte,
in der betäubt ein großer Wille steht.

Nur manchmal schiebt der Vorhang der Pupille
sich lautlos auf -. Dann geht ein Bild hinein,
geht durch der Glieder angespannte Stille -
und hört im Herzen auf zu sein.

Nederlands

Er zijn meerdere Nederlandse vertalingen, deze bijvoorbeeld:

Zijn blik is van het langsgaan van de stangen
zo moe geworden dat hij niets meer ziet.
Wel duizend stangen houden hem gevangen
en meer dan duizend stangen is er niet.

De zachtheid van zijn lenig sterke pas,
die steeds de allerkleinste ring beschrijft,
is als een dans van kracht rondom een as
waarin een machtig willen is verstijfd.

Niet vaak meer trekt het scherm voor zijn pupillen
geluidloos op -. Dan gaat een beeld erdoor
naar binnen, glijdt door het van spanning stille
lijf naar zijn hart - en gaat teloor.

En deze:

Zijn blik is door het lopen langs de tralies
zo moe geworden dat hij niets meer ziet.
Het moeten hem wel duizend spijlen lijken
en achter deze duizend bevindt zich - niets.

De zachte tred van de sterke lenige schreden
die om de allerkleinste cirkel draait,
lijkt als een dans van kracht rondom een midden
waarin verdoofd een grote wilskracht huist.

Soms echter schuift het gordijn voor de pupillen
geluidloos open -. Dan komt een beeld naar binnen,
dringt door de stilte van zijn strakgespannen leden -
en eindigt in zijn hart om nergens meer te zijn.

En tot slot:

Zijn blik is door het voorbijgaan van de staven
zo moe geworden, dat hij niets meer ziet.
Het lijkt hem, als of er duizend staven zijn,
en achter duizend staven, het grote niet.

De zachte gang van de gezwinde sterke treden,
die zich om de kleinste ronde wentelt,
is als een dans van kracht om een midden,
waarin bedwelmd een machtige wil nog heerst.

Slechts af en toe schuift het scherm voor de pupillen
geluidloos open -. Dan glijdt een beeld naar binnen,
dring door de stilte der gespannen leden -
in houdt in het hart op te bestaan.

Engels

His gaze against the sweeping of the bars
has grown so weary, it can hold no more.
To him, there seem to be a thousand bars
and back behind those thousand bars no world.

The soft the supple step and sturdy pace,
that in the smallest of all circles turns,
moves like a dance of strength around a core
in which a mighty will is standing stunned.

Only at times the pupil’s curtain slides
up soundlessly — . An image enters then,
goes through the tensioned stillness of the limbs —
and in the heart ceases to be.

Nog eentje:

His vision, from the constantly passing bars,
has grown so weary that it cannot hold
anything else. It seems to him there are
a thousand bars; and behind the bars, no world.

As he paces in cramped circles, over and over,
the movement of his powerful soft strides
is like a ritual dance around a center
in which a mighty will stands paralyzed.

Only at times, the curtain of the pupils
lifts, quietly–. An image enters in,
rushes down through the tensed, arrested muscles,
plunges into the heart and is gone.


#4

En dit gedicht van Tjitske Jansen:

Als iemand mij nou maar
had opgeraapt
en in zijn zak gestopt
en daar gelaten had,
dat af en toe een hand mij vond,
voelde hoe zacht ik was
en dan weer losliet.
Of op de vensterbank gelegd,
op 't nachtkastje,
in een rommeldoos.
De keukenla!
Ik heb nog nooit een reis gemaakt,
ik moest zo nodig wortel schieten.
Als iemand mij nou maar had opgeraapt,
er was niets aan de hand geweest,
ik was kastanjebruin geweest,
ik had geglansd, geglansd,
wat later was ik wat gaan rimpelen,
en dan, nou ja, maar nu,
nu moet ik onvrijwillig transformeren
en niet zo n beetje ook.
En steeds als ik zo ongeveer
gewend ben aan mijn nieuwe vorm,
steeds als ik zo min of meer
geaccepteerd heb
dat ik ben zoals ik ben,
dan ben ik alweer anders.
En als het nu zo was dat ik gekozen had
om zo te zijn, dat ik het wilde:
steeds een ring erbij,
zoveel soortgenoten aan mijn takken
in hun veilig stekelhuis,
zo anders dan ikzelf,
maar wat weet ik het nog goed.

Ik heb het opgegeven
te zijn zoals ik ben.
Ik groei maar mee
met wie ik worden zal.
Af en toe hoor ik
Dat iemand zegt
Hoe mooi ik ben.
In mijn schaduw
gebeuren dingen
die de moeite waard zijn.


#5

Do not go gentle into that good night van Dylan Thomas vind ik erg mooi
do%20not%20go%20gentle


#6

Ik wil niet meer, ik wil niet meer!
Ik wil geen handjes geven!
Ik wil niet zeggen elke keer:
Jawel mevrouw, jawel meneer…
nee, nooit meer in m’n leven!
Ik hou m’n handen op m’n rug
en ik zeg lekker niks terug!

Ik wil geen vieze havermout,
ik wil geen tandjes poetsen!
Ik wil lekker knoeien met het zout,
ik wil niet aardig zijn, maar stout
en van de leuning roetsen
en schipbreuk spelen in de teil
en ik wil spugen op het zeil!

En heel hard stampen in een plas
en dan m’n tong uitsteken
en morsen op m’n nieuwe jas
en ik wil overmorgen pas
weer met twee woorden spreken!
En ik wil alles wat niet mag,
de hele dag, de hele dag!

En ik wil op de kanapee
met hele vuile schoenen
en ik wil aldoor gillen: nee!
En ik wil met de melkboer mee
en dan het paardje zoenen.
En dat is alles wat ik wil
en als ze kwaad zijn, zeg ik: Bil!

Ik ben lekker stout, Annie M.G. Schmidt natuurlijk


#7

Ik ben fan van het werk van Walt Whitman en mijn lievelings van hem is ‘Song of myself’.
Het is alleen een hele lange, dus ik zet hier wel even de zin neer die ik heel mooi vind en in de spoiler het hele werk.

‘I am large, I contain multitudes’.

Moet wel zeggen dat ik echt niet alles kan doorgronden altijd en dat ik het soms moeilijk vind te voelen en te weten wat me nou zo raakt, maar ik denk dat dat misschien ook wel het mooie is. Dat je het met de tijd steeds anders ziet, beter snapt.

Edit: het is te lang en kan niet geplaatst worden. Dus ik zit in de spoiler een deel en dan een link naar het hele werk.

Samenvatting

I CELEBRATE myself, and sing myself,
And what I assume you shall assume,
For every atom belonging to me as good belongs to you.

I loafe and invite my soul,
I lean and loafe at my ease observing a spear of summer grass.

My tongue, every atom of my blood, form’d from this soil,
this air,
Born here of parents born here from parents the same, and
their parents the same,
I, now thirty-seven years old in perfect health begin,
Hoping to cease not till death.

Creeds and schools in abeyance,
Retiring back a while sufficed at what they are, but never
forgotten,
I harbor for good or bad, I permit to speak at every hazard,
Nature without check with original energy.

2

Houses and rooms are full of perfumes, the shelves are
crowded with perfumes,
I breathe the fragrance myself and know it and like it,
The distillation would intoxicate me also, but I shall not let it.

The atmosphere is not a perfume, it has no taste of the
distillation, it is odorless,
It is for my mouth forever, I am in love with it,
I will go to the bank by the wood and become undisguised
and naked,
I am mad for it to be in contact with me.

The smoke of my own breath,
Echoes, ripples, buzz’d whispers, love-root, silk-thread,
crotch and vine,
My respiration and inspiration, the beating of my heart, the
passing of blood and air through my lungs,
The sniff of green leaves and dry leaves, and of the shore and
dark-color’d sea-rocks, and of hay in the barn,
The sound of the belch’d words of my voice loos’d to the
eddies of the wind,
A few light kisses, a few embraces, a reaching around of arms,
The play of shine and shade on the trees as the supple boughs
wag,
The delight alone or in the rush of the streets, or along the
fields and hill-sides,
The feeling of health, the full-noon trill, the song of me rising
from bed and meeting the sun.

Have you reckon’d a thousand acres much? have you reckon’d
the earth much?
Have you practis’d so long to learn to read?
Have you felt so proud to get at the meaning of poems?

Stop this day and night with me and you shall possess the
origin of all poems,
You shall possess the good of the earth and sun, (there are
millions of suns left,)
You shall no longer take things at second or third hand, nor
look through the eyes of the dead, nor feed on the
spectres in books,
You shall not look through my eyes either, nor take things
from me,
You shall listen to all sides and filter them from your self.

3

I have heard what the talkers were talking, the talk of the
beginning and the end,
But I do not talk of the beginning or the end.

There was never any more inception than there is now,
Nor any more youth or age than there is now,
And will never be any more perfection than there is now,
Nor any more heaven or hell than there is now.

Urge and urge and urge,
Always the procreant urge of the world.
Out of the dimness opposite equals advance, always
substance and increase, always sex,
Always a knit of identity, always distinction, always a breed
of life.

To elaborate is no avail, learn’d and unlearn’d feel that it is so.

Sure as the most certain sure, plumb in the uprights, well
entretied, braced in the beams,
Stout as a horse, affectionate, haughty, electrical,
I and this mystery here we stand.

Clear and sweet is my soul, and clear and sweet is all that is
not my soul.

Lack one lacks both, and the unseen is proved by the seen,
Till that becomes unseen and receives proof in its turn.

Showing the best and dividing it from the worst age vexes age,
Knowing the perfect fitness and equanimity of things, while
they discuss I am silent, and go bathe and admire myself.

Welcome is every organ and attribute of me, and of any man
hearty and clean,
Not an inch nor a particle of an inch is vile, and none shall be
less familiar than the rest.

I am satisfied — I see, dance, laugh, sing;
As the hugging and loving bed-fellow sleeps at my side
through the night, and withdraws at the peep of the day
with stealthy tread,
Leaving me baskets cover’d with white towels swelling the
house with their plenty,
Shall I postpone my acceptation and realization and scream
at my eyes,
That they turn from gazing after and down the road,
And forthwith cipher and show me to a cent,
Exactly the value of one and exactly the value of two, and
which is ahead?

4

Trippers and askers surround me,
People I meet, the effect upon me of my early life or the ward
and city I live in, or the nation,
The latest dates, discoveries, inventions, societies, authors
old and new,
My dinner, dress, associates, looks, compliments, dues,
The real or fancied indifference of some man or woman I
love,
The sickness of one of my folks or of myself, or ill-doing or
loss or lack of money, or depressions or exaltations,
Battles, the horrors of fratricidal war, the fever of doubtful
news, the fitful events;
These come to me days and nights and go from me again,
But they are not the Me myself.
Apart from the pulling and hauling stands what I am,
Stands amused, complacent, compassionating, idle,
unitary,
Looks down, is erect, or bends an arm on an impalpable
certain rest,
Looking with side-curved head curious what will come next,
Both in and out of the game and watching and wondering
at it.

Backward I see in my own days where I sweated through fog
with linguists and contenders,
I have no mockings or arguments, I witness and wait.

5

I believe in you my soul, the other I am must not abase itself
to you,
And you must not be abased to the other.

Loafe with me on the grass, loose the stop from your throat,
Not words, not music or rhyme I want, not custom or lecture,
not even the best,
Only the lull I like, the hum of your valved voice.

I mind how once we lay such a transparent summer
morning,
How you settled your head athwart my hips and gently turn’d
over upon me,
And parted the shirt from my bosom-bone, and plunged your
tongue to my bare-stript heart,
And reach’d till you felt my beard, and reach’d till you held
my feet.

Swiftly arose and spread around me the peace and knowledge
that pass all the argument of the earth,
And I know that the hand of God is the promise of my
own,
And I know that the spirit of God is the brother of my own,
And that all the men ever born are also my brothers, and the
women my sisters and lovers,

And that a kelson of the creation is love,
And limitless are leaves stiff or drooping in the fields,
And brown ants in the little wells beneath them,
And mossy scabs of the worm fence, heap’d stones, elder,
mullein and poke-weed.

6

A child said What is the grass? fetching it to me with full
hands,
How could I answer the child? I do not know what it is any
more than he.

I guess it must be the flag of my disposition, out of hopeful
green stuff woven.

Or I guess it is the handkerchief of the Lord,
A scented gift and remembrancer designedly dropt,
Bearing the owner’s name someway in the corners, that we
may see and remark, and say Whose?

Or I guess the grass is itself a child, the produced babe of the
vegetation.

Or I guess it is a uniform hieroglyphic,
And it means, Sprouting alike in broad zones and narrow
zones,
Growing among black folks as among white,
Kanuck, Tuckahoe, Congressman, Cuff, I give them the
same, I receive them the same.

And now it seems to me the beautiful uncut hair of graves.

Tenderly will I use you curling grass,
It may be you transpire from the breasts of young men,
It may be if I had known them I would have loved them,
It may be you are from old people, or from offspring taken
soon out of their mothers’ laps,
And here you are the mothers’ laps.

This grass is very dark to be from the white heads of old
mothers,
Darker than the colourless beards of old men,
Dark to come from under the faint red roofs of mouths.

O I perceive after all so many uttering tongues,
And I perceive they do not come from the roofs of mouths
for nothing.

I wish I could translate the hints about the dead young men
and women,
And the hints about old men and mothers, and the offspring
taken soon out of their laps.

What do you think has become of the young and old men?
And what do you think has become of the women and
children?

They are alive and well somewhere,
The smallest sprout shows there is really no death,
And if ever there was it led forward life, and does not wait at
the end to arrest it,
And ceas’d the moment life appear’d.

All goes onward and outward, nothing collapses,
And to die is different from what any one supposed, and
luckier.

7

Has any one supposed it lucky to be born?
I hasten to inform him or her it is just as lucky to die, and I
know it.

I pass death with the dying and birth with the new-wash’d
babe, and am not contain’d between my hat and boots,
And peruse manifold objects, no two alike and every one
good,
The earth good and the stars good, and their adjuncts all
good.

I am not an earth nor an adjunct of an earth,
I am the mate and companion of people, all just as immortal
and fathomless as myself,
(They do not know how immortal, but I know.)

Every kind for itself and its own, for me mine male and
female,
For me those that have been boys and that love women,
For me the man that is proud and feels how it stings to be
slighted,

For me the sweet-heart and the old maid, for me mothers and
the mothers of mothers,
For me lips that have smiled, eyes that have shed tears,
For me children and the begetters of children.

Undrape! you are not guilty to me, nor stale nor discarded,
I see through the broadcloth and gingham whether or no,
And am around, tenacious, acquisitive, tireless, and cannot
be shaken away.

https://www.poetryfoundation.org/poems/45477/song-of-myself-1892-version


#8

En ik vind ‘Love is more thicker than forget’ van E.E. Cummings ook erg mooi.

love is more thicker than forget
more thinner than recall
more seldom than a wave is wet
more frequent than to fail

it is most mad and moonly
and less it shall unbe
than all the sea which only
is deeper than the sea

love is less always than to win
less never than alive
less bigger than the least begin
less littler than forgive

it is most sane and sunly
and more it cannot die
than all the sky which only
is higher than the sky


#9

O mag ik er nog eentje plaatsen? Sorry voor de spam. Maar ik vind ‘I wanna be yours’ van John Cooper Clarke zo leuk. Gewoon ‘simpel’ en ook grappig ofzo, ook wel fijn toch?!

I wanna be your vacuum cleaner
Breathing in your dust
I wanna be your Ford Cortina
I will never rust
If you like your coffee hot
Let me be your coffee pot
You call the shots
I wanna be yours

I wanna be your raincoat
For those frequent rainy days
I wanna be your dreamboat
When you want to sail away
Let me be your teddy bear
Take me with you anywhere
I don’t care
I wanna be yours

I wanna be your electric meter
I will not run out
I wanna be the electric heater
You’ll get cold without
I wanna be your setting lotion
Hold your hair in deep devotion
Deep as the deep Atlantic ocean
That’s how deep is my devotion


#10

Ik ben fan van de gedichten (en liedjes) van Willem Wilmink.

Ben Ali Libi is één van m’n favorieten

Samenvatting

Op een lijst van artiesten, in de oorlog vermoord,
staat een naam waarvan ik nog nooit had gehoord,
dus keek ik er met verwondering naar:
Ben Ali Libi. Goochelaar.

Met een lach en een smoes en een goocheldoos
en een alibi dat-ie zorgvuldig koos,
scharrelde hij de kost bij elkaar:
Ben Ali Libi, de goochelaar.

Toen vonden de vrienden van de Weduwe Rost
dat Nederland nodig moest worden verlost
van het wereldwijd joods-bolsjewistisch gevaar.
Ze bedoelden natuurlijk die goochelaar.

Wie zo dikwijls een duif of een bloem had verstopt,
kon zichzelf niet verstoppen, toen er hard werd geklopt.
Er stond al een overvalwagen klaar
voor Ben Ali Libi, de goochelaar.

In 't concentratiekamp heeft hij misschien
zijn aardigste trucs nog wel eens laten zien
met een lach en een smoes, een misleidend gebaar,
Ben Ali Libi, de goochelaar.

En altijd als ik een schreeuwer zie
met een alternatief voor de democratie,
denk ik: jouw paradijs, hoeveel ruimte is daar
voor Ben Ali Libi, de goochelaar.

Voor Ben Ali Libi, de kleine schlemiel,
hij ruste in vrede, God hebbe zijn ziel.

Opgedragen door Joost Prinsen:


#11

Dit is mijn favoriete gedicht dat mijn grootouders op een print hadden hangen in huis.

Voor een dag van morgen

Wanneer ik morgen doodga,
vertel dan aan de bomen
hoeveel ik van je hield.
Vertel het aan de wind,
die in de bomen klimt
of uit de takken valt,
hoeveel ik van je hield.
Vertel het aan een kind
dat jong genoeg is om het te begrijpen.
Vertel het aan een dier,
misschien alleen door het aan te kijken.
Vertel het aan de huizen van steen,
vertel het aan de stad
hoe lief ik je had.
Maar zeg het aan geen mens,
ze zouden je niet geloven.
Ze zouden niet willen geloven dat
alleen maar een man
alleen maar een vrouw
dat een mens een mens zo liefhad
als ik jou.

Hans Andreus
Uit: Al ben ik een reiziger
Uitgeverij Holland 1959


#12

Jaa vind E.E. Cummings zo mooi altijd! Vind i carry your heart ook echt prachtig, vooral deze zinnen:
“and it’s you are whatever a moon has always meant
and whatever a sun will always sing is you”

[i carry your heart with me(i carry it in]
BY E. E. CUMMINGS

i carry your heart with me(i carry it in
my heart)i am never without it(anywhere
i go you go,my dear;and whatever is done
by only me is your doing,my darling)
i fear
no fate(for you are my fate,my sweet)i want
no world(for beautiful you are my world,my true)
and it’s you are whatever a moon has always meant
and whatever a sun will always sing is you

here is the deepest secret nobody knows
(here is the root of the root and the bud of the bud
and the sky of the sky of a tree called life;which grows
higher than soul can hope or mind can hide)
and this is the wonder that’s keeping the stars apart

i carry your heart(i carry it in my heart)


#13

En nog eentje omdat ik dit zo’n leuk topic vind :sweat_smile:
Een klassieker, maar moet altijd aan deze tekst denken als ik door van dat typisch Hollandse landschap fiets en dan vind ik Nederland echt even weer heel mooi :hearts:

Herinnering aan Holland

Denkend aan Holland
zie ik breede rivieren
traag door oneindig
laagland gaan,
rijen ondenkbaar
ijle populieren
als hooge pluimen
aan den einder staan;
en in de geweldige
ruimte verzonken
de boerderijen
verspreid door het land,
boomgroepen, dorpen,
geknotte torens,
kerken en olmen
in een grootsch verband.
de lucht hangt er laag
en de zon wordt er langzaam
in grijze veelkleurige
dampen gesmoord,
en in alle gewesten
wordt de stem van het water
met zijn eeuwige rampen
gevreesd en gehoord.

Hendrik Marsman


#14

Geen poëzie maar een quote die een vriend vandaag heeft gestuurd, zette me echt aan het denken:
“ doe vandaag iets waar de toekomstige jij je dankbaar voor gaat zijn”


#15

Ik vind dat transcendentalisme dat hij aanhangt zo mooi. Dat alles met elkaar verbonden is, net als alle grassprietjes een gezamenlijke wortel hebben. Lekker hippie.


#16

Ik geniet intens van dit topic <3


#17

Op de middelbare school las ik vaak poëzie, maar de laatste jaren eigenlijk nog amper. Ik weet niet waarom, misschien omdat ik het toch wat intimiderend vind om iets uit te zoeken? Ik vind het veel lastiger om iets te vinden dat mij bevalt dan bv. bij romans.

Als depressieve puber was ik fan van Jotie 't Hooft:

En wat dan?
Op een dag zal ik weg zijn en
wat dan? Verdwenen zonder een
teken te geven of te nemen en
het puin dat ik achterlaat is
niet langer lachwekkend.

Want wie als ik nooit heeft
gebouwen laat niets achter dan
verwachting en verwarring en
wat dan?

Wellicht in uw herinnering zal ik
stollen verstijven, niet lang meer
blijven maar verbleken tot verleden
en wat toen? Te doen?
‘Het was waar’ zult gij zeggen ‘hij speelde
met woorden als geen ander maar wat
heeft dat te betekenen.’ Zo bleek
zal ik zijn.

In u…

en wat dan…?

En Sonnet 130 is mijn favoriet van Shakespeare:

My mistress’ eyes are nothing like the sun;
Coral is far more red, than her lips red:
If snow be white, why then her breasts are dun;
If hairs be wires, black wires grow on her head.
I have seen roses damasked, red and white,
But no such roses see I in her cheeks;
And in some perfumes is there more delight
Than in the breath that from my mistress reeks.
I love to hear her speak, yet well I know
That music hath a far more pleasing sound:
I grant I never saw a goddess go,
My mistress, when she walks, treads on the ground:
And yet by heaven, I think my love as rare,
As any she belied with false compare.


#18

Yesssss love dit topic nu al




En deze twee zijn lekker agressief. Dorothy Parker is echt mijn go-to als ik weer een rare date heb gehad.

image


#19

Milk and honey is 1 van de enige gedichtenbundels die ik recent nog gelezen heb, echt super. Samen met Graffiti van Savannah Brown.

Wat me hierop brengt:

En 1 van mijn favoriete Youtubers:


#20

heel leuk topic!! ik vind deze heel mooi

en deze is mijn favoriet (volgens mij had iemand deze ooit op het egf gepost)


#21

Ja dat vind ik ook! Lekker zweverig!