paardjesthee . omdat er paardjes op de verpakking staan.
Haarelastiekjes werden bij ons vroeger altijd staart genoemd. Aangezien je die dingen altijd kwijt raakt was het vrij vaak: âik ben mijn staart weer kwijtâ.
Bij ons heet appelmoes : noef. Zo noemde ik dit als peuter en is er in gebleven. Overigens duidt het woord noef voor mij het mondgevoel aan van appelmoes 
Rijst met krenten-hond = dalmatiër
Prutje poep = restjes bij elkaar gegooid met rijst of pasta
In plaats van dank je wel âmerci blote koe (beaucoup)â zeggen. En dan de ander: âgraag gedaan naakte stierâ
Pling - plukje haar dat uitsteekt uit het kapsel
Als we vroeger op zaterdagavond lekkere hapjes op tafel gingen zetten dan gingen we het âgezellig makenâ.
Leverworst = karateworst
Onzin = kwats
Alternatief persoon = paarse broek (geĂŻntroduceerd door mijn vader die dit blijkbaar kenmerkend vindt, ps. ik heb zelf ook een paarse broek)
En een straat bij mijn ouderlijk huis in de buurt hebben wij ooit âHalloween straatjeâ genoemd omdat het regelrecht uit Friday the 13th oid lijkt te komen. En nu als iemand die term doodserieus gebruikt weet iedereen uit mijn gezin precies waar we bedoelen.
Mijn zusje en ik praten over onze ouders als vaderland en moederschip 
Quatsch/Kwatsch is een bestaand woord uit het Duits, dus die ken ik! Wel leuk woord vind ik.
Ik kom uit Brabant en ken het ook gewoon als gewoon woord. Ik wist niet dat het dialect was/streekgebonden? Kan wel natuurlijk.
Wij spreken onderling geen Nederlands, maar we hebben wel een aparte term voor één van onze favoriete Nederlandse lekkernijen, de gevulde koek: ufo! Het gaat vooral als ik mijn vader spreek verrassend vaak over hoeveel trek we hebben in een ufo. 
Dit is volgens mij gewoon een bekende benaming voor dalmatiërs, heb het iig wel vaker gehoord
Een âtreefjeâ, als onderzetter op tafel 
Dat is gewoon Nederlands. Mijn moeder zegt dat ook altijd. https://www.encyclo.nl/begrip/Treefje
Ik heb zowel mijn vader als mijn kat een aantal jaren aangeduid met âploepieâ. Geen idee waar het vandaan kwam, maar op een gegeven moment nam de rest het over.
Ik was trouwens een jaar of 17 toen dit begon, dus het was geen spraakgebrek van een peuter.
Zowel mijn vader als mijn kat luisterden hiernaar
Ha dat hadden wij op vrijdag. Dat was âgezellige avondâ
âDat voegt nietâ. Voor iets wat niet helemaal lekker gaat of niet juist voelt.
Hoog (aan eettafel) of laag (bank/woonkamer) gebruiken wij als termen bij de vraag waar in huis we het drinken gaan doen.
Ik weet niet precies of dat nou gewoon streekgebonden is.
En âwe gaan naar de stadâ dan is het ook echt stad X op enige afstand en âwe gaan naar het dorpâ is het ââwinkelcentrumââ hier in het dorp.
