Toen wij een hele oude poes opvingen nadat haar bazinnetje was overleden en de kinderen haar wilden afmaken, hebben we vlak voor het eten met haar “getraind”. Ze was lang een verwilderde kat geweest pas rond 10 jaar uit een pakhuis gehaald en opgevangen door het plaatselijke asiel. Ze was schuw en wilde niet opgepakt worden. En sowieso heel getraumatiseerd, want ze had 3 maanden in een leeg huis gezeten en was van eten voorzien door de buurvrouw.
Als we eten klaar maakten 's ochtends en 's avonds kwam ze al snel naar de keuken en gaf ons kopjes aan de benen (na 2 weken toen ze enigszins tot rust kwam). En dan voor we het bakje neerzetten deden we steeds kleine stapjes. Eerst aaien, dan aaien en de rug aanraken, dan met 2 handen aaien en rug aanraken, dan met twee handen om haar middel. Iets later oppakken, zonder dat haar voetjes van de grond gaan, dan steeds een beetje hoger, dan een beetje verplaatsen, dan naar de volgende kamer. Dit duurde ongeveer 3 maanden. Je gaat pas een stapje verder als de poes niet meer zich rot schrikt en tegenwerkt. Voor ons was dit echt belangrijk, want dat is de enige manier om haar in een carrier te krijgen.
Bij de dierenarts werd ze in een handdoek gerold, maar ze was onbehandelbaar. Dus hebben we haar 1 keer onder narcose laten onderzoeken en meteen haar gebit behandeld.