Misschien ligt het dan aan mijn omgeving!
Ik had een buitenlandse collega die Nederlands leerde en mij ook vroeg: waarom gaan Nederlanders altijd een biertje drinken? Toen ging ik er op letten en sindsdien valt het mij ook op.
Wat andere voorbeelden dan: een broodje eten, een dagje weg, een rondje fietsen/een stukje rijden/een blokje om, borrelplank met kaasjes, een feest oid met hapjes. Zeg je dat soort dingen ook nooit?
